In 1512 stortte de toren in…

Op de kop af vijfhonderd jaar geleden, tijdens de preek in de Leidse Pieterskerk van 25 februari 1512, schrokken de kerkgangers op van grote stukken steen die met donderend geweld naar beneden kwamen.  Maar blijkbaar was men er niet zo van onder de indruk want de dienst ging gewoon door en er werd verder weinig aandacht aan geschonken. De waarschuwing van Hogerhand werd in de wind geslagen.
In de nacht van 4 op 5 maart tegen een uur  viel met donderend geweld de toren naar beneden. De toren die rond 1398 was gebouwd en de ‘Coningh der zee’ werd genoemd, omdat hij een baken was voor scheepslieden, was er niet meer. Lang is beweerd dat de toren zeker honderd meter hoog moet zijn geweest, maar tijdens een vrij recente renovatie kwamen de fundamenten van de toren voor de dag waaruit bleek dat de toren waarschijnlijk nog niet de helft van de veronderstelde hoogte had.
De kerk zelf was in 1121 begonnen als een simpel tufstenen kerkje. Leiden was nog een klein plaatsje met nauwelijks duizend inwoners en een grote kerk kon men eenvoudigweg niet betalen ofschoon het initiatief van de graaf was uitgegaan. De kerk was dan ook op zijn grond gebouwd en werd in de 13e eeuw de parochiekerk van de stad; de commandeur van de Duitse Orde benoemde de priester van de kerk, meestal zichzelf, en daarna werd de kerk regelmatig uitgebreid.

Hierboven zie je een afbeelding die omstreeks 1500 moet zijn gemaakt, dus twaalf jaar voordat de toren instortte. Maar in die tijd bestonden er uitbreidingsplannen voor de kerk, dus weten we niet of we hier kijken naar een afbeelding van de kerk met de een paar jaar later ingestorte toren zoals hij er toen uitzag, of dat dit wellicht een model voor de nieuwe kerk is.

De restanten van de klokken werden door Willem en Jasper Moer in 1513 omgesmolten tot een grote klok van 2,12 meter hoog en een middellijn van 1,81 meter: de St. Salvatorklok. Deze droeg het randschrift:
‘Salvator so heyt ic.
Den haghel en alle quaet weder verdryf ic
Den levenden ende den doden luy ic.
Willem Moer, en Jaspar syn broeder maeckten my
In ‘t Jaer ons Hern M.CCCCC.XIII.’
Omdat de kerktoren niet werd herbouwd, werd bij de steeg op het Pieterskerkhof een klokkenstoel gezet. Dit is hierboven te zien op de gravure uit 1675, die een van de afbeeldingen van een stadsplattegrond van Hagen was. De steeg werd nu de Sincte Pieyters clocksteghe genoemd, later de Kloksteeg. De klokkenstoel verdween in 1745 wegens bouwvalligheid en de klok werd drie jaar later omgesmolten om met de opbrengst de kerk te kunnen repareren. En zo was het laatste restant van de toren ook verdwenen.

(Hierboven nog een interieurschildering uit 1653 van Hendrick van Vliet. We zien onder andere een grafdelver aan het werk en rechts nog een hondje dat de kerk wel een goede uitlaatplek vond.)

A.s. dinsdag update Ongerijmd rijm

Geplaatst in Cultuur, Stad en land, Uit Leidse bron | Getagget , , , | 6 reacties

Ongerijmd rijm

Een jaar of vijf geleden stond op dit weblog een stukje over ongerijmd rijm. Vandaag gaan we op herhaling maar zetten er wel een flink aantal bij. Je ziet twee regels onder elkaar staan en denkt dat de twee gelijke uitgangen van het laatste woord van de regel dan ook wel op elkaar zullen rijmen. Maar daarmee kun je flink de mist ingaan zoals met de woorden fluitje en etuitje:

Van Jan kreeg ik een fluitje,
Van Piet een mooi etuitje.

Natuurlijk wordt iedereen hierbij uitgenodigd ook op zoek te gaan naar ongerijmd rijm. Een update volgt dan.

 Zie je daar dat linke vinkje

Op die tak met dat inkepinkje?

*
 

Wat doe je met die stenen, Ben?

‘Stapelen’, zei hij benepen.

*

Echt heel ziek werd onze meester

Na het eten van een zeester.

Hij werd zelfs bedlegerig,

Dus ‘de erfenis’ dacht ik begerig.

*

Een hert in het mooie Zeeland

Ontpopte zich als dwingeland.

*

Met een tank van duizend liter

Kom je nóg niet op Jupiter.

*

Ik zag in Afrika al tellende

Steeds meer en meer ellende

*

Ik dacht dat het om rommel ging

Maar de ontruiming gold een bommelding.

*

Wie loopt daar in bikini, Ger?

Is dat niet onze minister?

*

Zittend op het lage bed

Leidt de goeroe het massagebed.

*

Na het bijten in Piets penis

Moest hij naar de gevangenis.

*

Ik werd moe van het geslenter

Door de mooie stad Deventer.

Geplaatst in Tagrijm | Getagget | 14 reacties

Leids Detail 220

In deze aflevering van Leids Detail iets met een zandloper, een fraaie deur ergens op nummer 25 en iets dat op een kerk lijkt of dat misschien wel is of was. Raadt de plaat of scroll naar onderen!

Zoals hieronder te zien siert de zandloper het toegangshek van de R.K. begraafplaats op het bolwerk achter de Zijlstraat die in 1828 in gebruik werd genomen.

De fraaie deur geeft toegang tot villa De Kroon op de Stationsweg 25. Vrijwel iedereen die met de trein naar Leiden komt, loopt er langs. De in 1895 gebouwde villa is genoemd naar Arnold Kroon, doctor in de filosofie. Het ontwerp is geïnspireerd op kastelen langs de Loire. Het paste toen wel in het beeld, want dit gebied was toen nog een rustige buitenwijk. De rij met geparkeerde fietsen is inmiddels niet meer terug te vinden. De gemeente heeft een stokje gestoken voor het wildparkeren van fietsen in de omgeving van het station omdat het het straatbeeld ontsiert. Ze horen in de stallingen. Vrijwel dagelijks komt een auto langs die de foute fietsen meeneemt die tegen betaling kunnen worden opgehaald onder het motto: ‘Fiets fout, fiets foetsie’. Nu zet iedereen zijn fiets dus honderd meter verder, want daar mag het wel…

Tot slot de derde afbeelding: dit gebouw is een beetje weggestopt en dat klopt ook wel, want het is een z.g. schuilkerk aan de Oude Vest 133. De kerk werd in 1888 gebouwd voor de ‘dolerende’gemeente van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk. De kerk was vanaf de Oude Vest niet zichtbaar. Pas in 1900 werd een gebouw voor de kerk afgebroken en een nieuw entree gerealiseerd.

Geplaatst in Leids Detail | Getagget , , , | 14 reacties

Stadsrechten alleen in Friesland nog belangrijk

Nu de dooi stevig inzet en we de kans op een Elfstedentocht voor dit jaar als vervlogen moeten beschouwen, toch nog even iets over dit fenomeen en wat zaken die daarmee samenhangen. Ik werd op het idee gebracht door Annemarie die zich om een reden die er hier nu verder niet toedoet in een mailtje afvroeg sinds wanneer Drachten een Friese stad was.
Drachten telt 45.000 inwoners en is ook door de streekfunctie natuurlijk wel een stad evenals Heerenveen. Maar toch zijn die steden niet opgenomen in de route van de Elfstedentocht. De Friese vereniging heeft in zijn oude statuten staan dat alleen de plaatsen die ooit stadsrechten hebben verworven als steden worden aangemerkt. Dat zijn er elf. Sommigen stellen dat er eigenlijk twaalf steden zijn met stadsrechten en tellen dan Berlikum mee. Nu mag dit dorpje toch al niet mopperen want het ligt op de route van de tocht, maar stadsrechten die je jezelf in 1355 hebt toegekend tellen nu eenmaal niet.
 Hierboven de akte waarmee Utrecht in 1122 stadsrechten kreeg.

Wat is het belang van stadsrechten?
In 1825 werd Delfshaven nog tot stad verheven, maar dat was voor de laatste keer. Sinds 1851, toen de Gemeentewet van Thorbecke werd ingevoerd, is het aboluut niet meer van belang dat een plaats stadsrechten heeft of niet. Het is nog leuk om het zoveeljarig bestaan te vieren, maar dat is het dan ook. Sindsdien kennen we in ons land nog alleen gemeenten en is het onderscheid tussen stad en dorp subjectief. Katwijk telt 61.000 inwoners en Hilversum 85.000, maar de autochtone bewoners spreken nog steeds van hun dorp.
Vanaf de elfde eeuw was het wel van belang. De graaf verleende via de bisschop het stadsrecht waardoor de vroede vaderen zelf de rechtspraak konden uitoefenen, de stad mochten ommuren of omwallen en op drank accijns mochten heffen. Daar stond een fors stuk eigenbelang van de graaf tegenover. Want het kersverse stadje was nu verplicht krijgsvolk te leveren aan de graaf als deze weer eens ten strijde trok of zijn eigen omgeving moest verdedigen. Ook moest jaarlijks een belasting aan de graaf worden afgedragen. In naam werd het stadsrecht dus verleend, maar werd het vaak gevoeld als opgelegd.

Geplaatst in Stad en land | Getagget , , , , | 16 reacties

IJspret in park Roomburg

Om winterfoto’s te maken hoef je eigenlijk je huis niet uit. Vandaag wat foto’s die vanaf het balkon zijn gemaakt. Er lag goed ijs op de vijver in het park Roomburg en dus was er volop ijspret. Een beetje inzoomen, flinke uitsnedes maken en klaar is Tagrijn.

Een uurtje later was er totaal ander licht dus nog maar even wat plaatjes geschoten. Ook hier doet een uitsnede soms wonderen.

Geplaatst in Stad en land | Getagget , , | 19 reacties

Tja…

Na een korte onderbreking door een computercrash (een dikke vette tja…) gaan we onverdroten verder, te beginnen met wat verzamelde tjaatjes. Pinguins kunnen niet vliegen Als je je ooit hebt afgevraagd hoe deze dieren dan grote afstanden overbruggen gaf het Leidsch Dagblad daarop een paar dagen geleden het opzienbarende  antwoord:

Ajax heeft duidelijk grote problemen. En als je dan deze kop leest denk je toch even dat het vrouwenelftal moet worden ingezet.

Dit is toch wel een beetje heel erg ver backstage vond
Curieuzeneuzenmosterdpot en zond het op voor deze rubriek.

Weet je nog: bim bam beieren, een haan die legt geen eieren. Nou, laat je niets wijsmaken want dat had je gedacht, want dagblad Trouw weet wel beter:

Als iedere autobezitter op deze wijze zijn rijgedrag zou communiceren, werd het al snel een stuk veiliger op de weg, merkt Hanneke op:


Vind ik leuk? De Leidse nieuwssite Dichtbij wil dat wel eens weten van de lezers…

Tot slot een foto die Ghita maakte in de buurt van de Churchilllaan in Leiden. Zo’n roekeloos overstekende zwaan die een stoplicht negeert, vraagt erom straks een zwaankleefaan te worden…


Kom je ook iets tegen wat een tjaatje waard is, ze zijn nog steeds van harte welkom!

Geplaatst in TJA... | Getagget | 16 reacties

Leids Detail 219

De ingrediënten voor deze aflevering van Leids Detail: een gevelsteen, een gebouw met twee esculapen aan de gevel en een oud straatje. De vraag is bekend: wat en waar? Wie het niet weet kan onder de derde foto kijken.

 De gevelsteen vind je op het adres Oude Singel 242, een afbeelding van een garenwinder die aan een twijnwiel werkt, te dateren omstreeks 1650. Dergelijke werkzaamheden werden vaak niet in een werkplaats verricht maar aan huis.

Het gebouw met de twee esculapen aan de Papengracht 13 was het vroegere Hôpital Wallon, sinds 1892 een uitbreiding van het ziekenhuis van de Waalse gemeente aan het Rapenburg 12. Leiden had een grote Waalse gemeente, mensen die zich hier vestigden om in de textielindustrie te werken, zoals wellicht de garenwinder op de gevelsteen op de eeerste foto. Het ziekenhuis sloot in 1925. Na de stadhuisbrand in 1929 deed het dienst als nood-stadhuis. Na de Tweede Wereldoorlog werd het een studentenhuis.

Tot slot het oude straatje op de derde foto. Het is de Smidssteeg, een zijstraat van de Morsstraat. De naam van de Smidssteeg herinnert aan de smidse (smederij) die hier gevestigd was. Na de stadsuitleg van 1611 reserveerde de stad een gebied aan de Rijn tussen de Kruisstraat en de binnenvestgracht voor de stedelijke werkplaatsen. Deze werden verplaatst van de Houtstraat naar het Kort Galgewater . Zo kwam op deze plek een steenhouwerswinkel, magazijnen voor de opslag van bouwmaterialen, twee dienstwoningen en in 1614 een stadstimmerwerf. De smederij, de woning van de stadstimmerman en het timmerhuis kwamen aan de Kruisstraat te liggen, het verlengde van de huidige Kruisstraat. De naam veranderde toen in Smidsstraat en later in Smidssteeg.

Geplaatst in Leids Detail | Getagget , , , | 20 reacties