DE SPOOKPOEDEL

Het was een maanloze donkere nacht in september. De takken van de bomen op de Nieuwe Rijn kraakten en zwiepten door de zware herfststorm en de regen viel met bakken uit de lucht. Voor de man die zich vechtend tegen de storm, voorovergebogen over straat bewoog, was het dan ook geen pretje zich nog op straat te bevinden. Hij wilde zo snel mogelijk naar zijn gezellige huis, waar het vuur vast nog wel lag te smeulen en waar hij droge kleren kon aantrekken.
Op de Karnemelksbrug bekroop hem plotseling het beklemmende gevoel dat hij gevolgd werd. Hij durfde niet om te kijken en probeerde de gedachte over een achtervolger van zich af te zetten. Maar dat gehijg vlak achter zich kon hij toch niet negeren. Hij versnelde zijn pas, maar het gehijg bleef hij horen.
 Piet, want zo heette de man, werd ontzettend bang en toen het gehijg over ging in een angstaanjagend gegrom, wist hij toch echt zeker dat hij het zich niet verbeeldde. Ondanks zijn angst keek hij voorzichtig achterom. En nu rezen de haren hem ten berge.Want hij staarde in twee grote ogen die in het donker op gloeiende kolen leken. Die ogen hoorden bij een zwartgekrulde poedel.
Nu zijn poedels over het algemeen geen honden om erg bang van te zijn, maar dit dier had gigantische afmetingen en reikte met zijn kop tot aan de schouders van Piet. Het angstzweet brak hem nu uit. Het monster ontblootte zijn grote gele tanden en begon nog vervaarlijker te grommen. Het is dan ook niet zo gek, dat Piet dacht dat zijn laatste uurtje had geslagen en dat men morgenochtend zijn verscheurde resten op het Gangetje zou vinden. Wat moest hij doen? Maar de poedel deed nu ook niets en bleef staan. Het monster keek hem alleen doordringend aan met zijn vurige ogen, het gromde nog eens onheilspellend en riep toen: ‘Piet, Piet, Piet, ik kom je hááálen!’
Piet was een ogenblik verlamd van schrik. Honden die kunnen praten: dat moest het werk van de duivel zijn. Zijn laatste uurtje had geslagen had en morgenochtend zou men op het Gangetje zijn verscheurde resten vinden.
Even overwoog hij in het water van het Gangetje te springen, want dat was toen nog niet overkluisd, maar tegelijkertijd besefte hij dat honden goede zwemmers zijn, dus dat zou hem weinig baten. Afwachten wat er verder zou gebeuren, was ook geen goed idee. Heel voorzichtig liep hij door.
Het gegrom vlak achter hem hield aan en op de hoek van het Gangetje en de Hogewoerd riep het dier nog een keer: ‘Piet, Piet, Piet, ik kom je hááálen!’ Piet begon nu ten einde raad om hulp te schreeuwen, maar natuuurlijk hoorde niemand dat. Met zo’n storm kom je daar met je angstige stem niet bovenuit. Met dit hondenweer zat iedereen trouwens al lang veilig binnen.
Eigenlijk zat er maar een ding op: alle risico’s nemen en toch proberen het vege lijf te redden. Via.een smalle steeg op de Hogewoerd rende hij het Levendaal op. Maar hoe hard hij ook liep, het zwarte gevaarte bleef hem op de hielen zitten. Hijgend, brommend… Eindelijk bereikte hij de smalle straat waarin hij woonde. Daar liet hij zich bijna met de deur in huis vallen. Maar tot zijn grote schrik schoot het gevaarte hem voorbij en was dus nog eerder binnen dan hij. Wat nu? Piet kon niet meer denken, hij gaf zich over en liet zich neervallen op zijn stoel bij het open vuur. De hond sprong onmiddellijk op de stoel tegenover hem. De ogen van het monster begonnen steeds heviger te gloeien en de dreiging die daar vanuit ging, was voor Piet niet te harden. Nu het niet meer zo donker was, kon hij pas goed zien wat een gevaarlijk monster het was. Het bleef hem maar aankijken en Piet was niet meer in staat zich te verroeren. Zo bleven ze een uur tegenover elkaar zitten en Piet wachtte met bonkend hart op het moment dat het monster hem zou bespringen en verscheuren. Toen begon het dier opnieuw hevig te grommen en weer riep het en nu nog heftiger dan daarvoor: ‘Piet, Piet, Piet, ik kom je hááálen!’
Piet besefte nu dat zijn leven voorbij was en schreeuwde het uit: ‘O, God nog an toe!’
Toen het zwarte monster deze woorden hoorde, begon het angstig te janken, het sprong van de stoel en rende zo hard als het kon het huis uit, de staart tussen de benen. Van de hond is nooit meer iets vernomen.
Echt gebeurd? Ja natuurlijk, anders vertel ik het niet.

(Deze rubriek is gebaseerd op Leidse  sagen, legenden, oude volksvertellingen en waargebeurde verhalen uit de rijke Leidse geschiedenis.)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uit Leidse bron. Bookmark de permalink .

28 reacties op DE SPOOKPOEDEL

  1. Plato zegt:

    Verschrikkelijk, die angst…ik lees dit om 14.00 uur. Hopelijk ben ik het vanavond weer kwijt, want dan moet ik weer zo onder het bed kijken. Ik houd het toch maar bij katten.

  2. Zakina zegt:

    Ik ga naar bed en waarom leesik dit nu voor het slapen gaan ;S

  3. Joanna zegt:

    Die Sagen en Legende hebben het meestal in zich Tagrijn, hier in de bergen bestaan ook zulke gruselige verhalen. Ik had ook eens overlegt zo’n rubriek te maken, maar ik moet ja alle vertalen zodat het voor jullie leesbaar wordt 😀 Zo zadelvast ben ik nog altijd niet met het Nederlands.
    Love Joanna

  4. Martine zegt:

    Een mooi verhaal. Piet had zeker eerst een Leids café bezocht?
    Maar gelukkig: Pratende honden bijten ook al niet.

  5. Marcel zegt:

    Jammer dat de hond er niet meer is. Hij had nog veel intervieuws kunnen geven.

  6. J@ntje zegt:

    een poedel met de staart tussen de poten…
    mot niet gekker worden!!

  7. boomkruiper zegt:

    Al bij CurieuzeNeuze gekeken?

  8. Judith zegt:

    Is dat het Gangetje??
    Geweldig zeg, wat een verschil met nu.
    Ik ben heel blij met deze nieuwe Tagrijn-rubriek en hoop hier nog heel veel Leidse verhalen te mogen lezen!

  9. Annemarie zegt:

    ik geloof dat ik er ook ontzettend bang van zou worden…

  10. Vedat zegt:

    Ik was toch al nooit zo gek op poedels, maar nu helemaal niet meer. Tegenwoordig zie je trouwens amper poedels. Ja, van die kleintjes, dat wel, maar grote poedels niet. Gelukkig maar, des te meer kans op overleven hebben we.

  11. Die van the Baskervilles is er niks bij!

  12. eva zegt:

    Dit verhaal doet mij denken aan het gedicht
    “De Weerwolf” van Bernard van Meurs!
    En natuurlijk is het waar gebeurd, zeker als je dat gedicht kent.
    gr eva

  13. Thérèse zegt:

    Ah, wat een verteller ben jij !! Je krijgt er kippevel van. Volgens mij zit hier duidelijk een katholieke moraal in: de duivel in een vorm van een poedel. Zo iets heb ik nog nooit gehoord. Ik zal die woorden “O, God nog an toe” heel goed onthouden. Wie weet komen ze nog eens van pas.
    Poedels, ik ben er nooit zo gek op geweest.

  14. Geweldig vermakelijk en spannend verhaal, Tagrijn. Een deel van het verhaal kwam me bekend voor. Dat was tijdens onze vakantie in Griekenland, waar we verdwaald op een terrein kwamen, waar we door een achttal honden met ontblote tanden belaagd werden en ik ook dacht…morgen…twee verscheurde lijken..dit was het dus..ons leven. Had ik toen geweten dat ik alleen maar “o god nog an toe” had hoeven roepen, dan waren ze ons niet grommend bijna tot aan de snelweg achtervolgd. Het zal duidelijk zijn, dat we het gered hebben. Echt waar gebeurd met het vervelende gevolg dat ik nu bang ben voor grotere loslopende honden. Jammer

  15. rietepietz zegt:

    Wat een watje die poedel!
    Mooi verhaal Tagrijn maar ik wist al dat je een goede verteller bent !
    groetjes , Riet

  16. Brimstone zegt:

    Pffff……………blij dat ik nu in Drenthe woon.

  17. Di Mario zegt:

    Gele tanden? Dan wordt het tijd voor een tandplakbehandeling.
    Love As Always
    Di Mario

  18. angst heeft grote ogen en duidelijk ook een rijke fantasie! :-))
    heerlijke legende, tagrijn!

  19. sylvester zegt:

    Doet me erg aan mijn eigen hond denken, maar die praat niet en is geen poedel. Mooi verhaal 😉

  20. nanos zegt:

    Hé, wat leuk, een foto van een onoverkluisd Gangetje.

  21. boomkruiper zegt:

    Ohh jee en ik moet nog gaan slapen.

  22. Renesmurf zegt:

    Ik sluit me aan bij Hanny.
    Tenminste, dat hoop ik, voor Piet.

  23. Hanny zegt:

    En Piet leefde nog lang en gelukkig!

  24. Ik heb genoten heerlijk en spannend verhaal.
    Leuke is dat je (als Leidenaar) de hele route ook voor je ziet.
    Maar ehhhh Piet moet dus redelijk dicht bij ons in de buurt gewoond hebben.
    Pakhuisstraat of misschien wel Rijndijkstraat ahahah.

Je kunt hier reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s